Sporten in Thailand, mooie reacties van de Thai

Ondanks dat je het niet aan mijn lichaam ziet, de gouden jaren van deze adonis liggen zo ver achter me dat ik ze niet meer kan herinneren, maar ik vind sporten goddelijk. Het is als mediteren voor me, en mooi meegenomen: ik hou het lichaamsgewicht (een beetje) onder controle.

Als ik dus in Thailand ben ga ik door met sporten. Vroeger stopte ik, maar de kilo’s vlogen eraan. Niet van het eten, maar omdat ik in Thailand iets doe wat ik thuis niet doe: Bier drinken. Daarnaast begon ik het sporten na een week of wat enorm te missen. Het is verslavend. Dus ik doe alles wat ik kan: lopen, fitnessen of wielrennen.


Fitness in Bangkok

Het appartement dat ik huur wanneer ik in Bangkok ben, heeft een fitnessruimte. Het stelt niet veel voor; een hometrainer, een loopband, een apparaat waar je de nek-, buik- en rugspieren op kan trainen en een grote hoeveelheid losse gewichten. Dan heb je het wel gehad. En er is géén airco. Alleen een viertal windfans proberen je koel te houden. Wat ze niet al te best lukt.

Elke ochtend tussen tien en elf kun je me er vinden. Fietsen op de hometrainer en zo af en toe ook een half uurtje op de loopband. Vooral dat laatste is erg zwaar, met een gemiddelde temperatuur van 30 graden. Ik zweet me te pletter. Na mijn dagelijkse sessie zwem ik dan ook naar buiten. De schoolslag, want dat geeft me aanzien bij de Thai. Die kennen ze namelijk niet.

Sporten in Thailand
na het sporten in Holland

Hardlopen in de Banook

Overal waar ik heen ga, gaan mijn sportkleren, -schoenen en mijn hartslagband met me mee. Als er maar enigszins een kans is, dan sport ik. Zeker na een wild avondje met veel vrienden en téveel whisky-soda.  Ik loop dan op alcohol, maar dat is geen beste brandstof, kan ik je vertellen. Zonder gaat veel beter. Maar naderhand ben ik wel de kater grotendeels kwijt. Houd wel de hele dag dorst, drink zeker twee of drie liter weg na het sporten. Zonder naar de wc te moeten.

Als ik bij mijn schoonouders op bezoek ben, sta ik noodgedwongen vroeg op. Het platteland gaat met de kippen op stok, en ze worden er blijkbaar ook weer mee wakker. Om zes uur neem ik een kop koffie,  terwijl ik mijn loopkleren aantrek. Om het bloed op gang te brengen. Als ik geluk heb wijst de thermometer een graad of 20 aan. Maar vaker is het al vijf, zes graden warmer. Nog een paar slokken water en dan hup, de Thaise hei op.

Gevecht met honden

Ik loop dan een kilometer of tien, steeds over het rode mulle zand. Best zwaar. Overal kuilen. Maar vooral omdat ik steeds alert moet blijven op waakhonden.  In Holland zwerven mijn gedachten weg, in de Banook (Thaise platteland) zwerven mijn ogen over de landerijen. De meesten weet ik te zitten. Ik vertraag dan mijn tempo terwijl een paar argwanende hondenogen me op 100 meter afstand  nauwgezet volgen.

Soms stormen ze op me af. Ik draai me dan bliksemsnel om en loop achteruit. Klaar om er eentje een schop te geven. Af en toe moet dat ook, want als ik dat niet doe heb ik zo’n joekel in mijn benen hangen. En ondanks dat de hond gelijk heeft, ik bevind me op zijn terrein en hij doet waar zijn baas hem voor ingehuurd heeft, heb ik liever niet dat hij een paar tanden in mijn kuiten zet. Een paar pezen afscheurend of me hondsdolheid bezorgend.

Spring maar achterop

Wat wel heel erg grappig is, is dat de Thai zo’n hardloper niet gewend zijn. Vanaf de rijstvelden klinkt het steeds “Duu. Farang, farang” (Kijk, een westerling). Soms gevolgd door wat gemurmel, waar ik dan duidelijk het woord “tingtong” (gek) hoor. Soms draai ik me om en roep ze toe “Mai tingtong. Farang bababobo”. Die westerling is niet gek, maar hartstikke gek. Geheel naar waarheid, want  zo voel ik me vaak op dat moment dan ook. De Sporten in Thailandtemperatuur bereikt dan al vaak de 30 graden.

Hilarisch wordt het als er een brommertje voorbij komt. Ze minderen gas, kijken achterom. Zien mijn bezwete gezicht en krijgen terstond medelijden. Ze stoppen dan en wijzen op de vrije plek achter hun op de motor “Nang” (zit). Als ik dan in het voorbij gaan zeg dat ik aan het sporten ben en het prima gaat, schud ie zijn hoofd en rijdt verder. Vaak kijken ze na een meter of tien nog een keer achterom of ik me misschien niet bedacht heb. Want dat hadden zij meteen gedaan.

Sporten in Thailand, last van wildlife

De eerste keer dat ik ging rennen in het dorp van mijn schoonouders vroeg aan vrouw (die toen nog mijn vriendin was) of ik ergens rekening mee moest houden. Slangen? Spinnen? Schorpioenen? Tijgers? Olifanten? “Nee” was het stellige antwoord. De eerste drie ben ik al tegen gekomen. Dat was schrikken. Ik hoop maar dat ik die andere twee nooit tegenkom. Want ik ren hard, maar niet zó hard.

2 Comments - Write a Comment

  1. Gewoon een steen mee nemen als je die aan een hond laat zien binden ze meestal wel in

    Reply
  2. Draai ik me bliksemsnel om een schop te geven! Hopelijk is het dan niet één van deze jongens:)

    http://newsmonkey.be/article/36407

    Reply

Post Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.